#demanheeftookeenboek

‘Heb je het fijn?’, app ik naar Arianne, terwijl het buiten -10 graden is. Het is stil in mijn mailbox nu Paul met zijn gezin vakantie viert op Curaçao. Hij is noodgedwongen drie weken offline, maar via Arianne houden we toch een beetje contact. Haar antwoord bestaat uit een hele rits foto’s van azuurblauw water, palmbomen en dolfijnen. Ook Paul ligt eindelijk weer eens in het water, het moet zalig voor hem zijn om elke dag te zwemmen. In het verpleeghuis doucht hij niet eens elke week.

Bij de 11e foto knipper ik even. Is dat…? Ja, verdomd. Douwe Bob. ‘We zijn hem al 2x tegengekomen. We hebben hem een boek gegeven’, appt Arianne, met een gieren-van-het-lachen-smiley erachteraan. Ik grinnik. Dat boek was vast Pauls idee. De volgende dag appt Arianne opnieuw, met een link naar een Instagram-post van de zanger. ‘Ik vond dit zo ontroerend. Nienke (10) praat met haar vader Paul’, schrijft hij. Er staat een filmpje bij, waarop Nienke ‘s avonds op het strand met haar vader staat te spellen. #demanheeftookeenboek # oogwenk, staat eronder. Mijn mond valt open bij het zien van het aantal views: ruim 35.000 keer. Paul stuitert vast zijn stoel uit als hij dat hoort.

Weer een dag later ontvang ik een foto van een paginagroot interview met Paul in het Antilliaans Dagblad, inclusief foto van de cover van Oogwenk. Nu moet ik hardop lachen. Die man stopt pas met boeken verkopen als hij tussen vier planken ligt. Zonder te praten krijgt hij meer voor elkaar dan heel veel anderen. Ik weet nu al wat er in zijn eerste mail staat, als hij straks weer online is. ‘GIGAGROOTSUCCES OP CURAÇAO. Wat zijn de laatste verkoopcijfers?’

Ontgroeningen zijn fantastisch

Door Paul Trossèl

Vanuit het verpleeghuis waar ik woon, volg ik de discussie over misstanden rond de ontgroeningen van verschillende studentenverenigingen met enige frustratie. Het raakt mij, dat de studentenverenigingen vrijwel alleen op deze negatieve manier in het nieuws komen. Zelf heb ik een totaal andere ervaring. Zonder mijn jaarclub had ik misschien niet meer willen leven.

Sinds mijn 36e leef ik als een gevangene van mijn eigen lichaam. Ik was jong, sportief en gezond, toen ik op een zondagmorgen – zittend op de bank met mijn zoontje van 2 – een hersenstaminfarct kreeg. Ik ontwaakte zes weken later en kon alleen nog met mijn ogen knipperen. Zelfs praten lukt tot op de dag van vandaag niet meer (de officiële naam: ik heb het locked-in syndroom). Mijn vrouw beviel in haar eentje van ons tweede kind, terwijl ik naar een Duitse revalidatiekliniek vertrok in een (vergeefse) poging nog iets van lichaamsfuncties terug te krijgen. De eerste drie weken was er geen verpleging voor mij geregeld, en dat was een ramp want ik kon helemaal niets zelf. Niet drinken, niet slikken. Niet praten, niet naar het toilet. Niks.

Zonder aarzelen schoten mijn jaarclubgenoten mij te hulp. Ze stelden een schema op en waren dag en nacht bij mij in Duitsland. Ze tilden me uit bed voor de therapie, trokken mijn benen recht als ze in de kramp schoten door de vreselijke buikkrampen, peuterden slijm uit mijn tracheostoma om mijn ademhaling te verlichten en verschoonden zelfs mijn luiers – die afschuwelijk stonken door mijn totaal verstoorde spijsvertering. En tussendoor slaagden ze er zelfs in om me af en toe aan het lachen te krijgen. Achteraf hoorde ik dat ze zelfs een plan hadden voor als ik niet meer zou willen leven en euthanasie niet mogelijk was – zelfs daarmee zouden ze me hebben geholpen. In die eerste weken van grote wanhoop is gebleken hoe onvoorwaardelijk en sterk onze band is. Juist omdat we samen een stevige ontgroening bij het Wageningse studentencorps Ceres hebben doorstaan, is een vriendschap gegroeid die sterker is dan ik ooit had durven dromen. Zonder mijn jaarclubgenoten had ik het nooit gered. Ook nu nog – negen jaar na dat kloteinfarct – laten ze me niet vallen. En dat is echt bijzonder, want mijn vrienden hebben allemaal goede banen en drukke gezinnen; ze maken tijd voor mij omdat we nog steeds echt iets moois delen. Ik ben ervan overtuigd dat onze tijd bij Ceres hier de basis voor heeft gelegd.

In Oogwenk komt ook onze ontgroening aan bod. Wie wil weten wat er nou precies zo fantastisch was aan die slopende weken, moet het echt eens lezen.

Virtuele cadeautjes

Doe jij dat weleens? Na het lezen van een boek een reactie sturen aan de schrijver? Ik nooit. Maar ik ga het vanaf nu ook doen.

Paul, Arianne en ik zijn bedolven onder dergelijke cadeautjes de afgelopen maanden. Marion deelde de videoclip Running met ons, van Beyonce. Dat nummer sluit zowel qua tekst als beeld naadloos aan bij de boodschap én de omslag van Oogwenk. Ik zat er met tranen in mijn ogen naar te kijken. Victor monteerde daarop een eigen, unieke Oogwenk-trailer voor ons, die in 15 seconden uitbeeldt waar ons boek over gaat. En vorige week zat ineens dit gedicht in mijn mailbox – gekregen van Edwin. Ook al zo’n schot in de roos. Zo leuk kunnen reacties via social media dus óók zijn.

Gletsjertijd

omdat onze ogen slechts zien bewegen
wat past bij de maat van ons kleine breekbare bestaan dat opvlamt en alweer uitdooft
liggen deze miljoenen tonnen wild water
hier schijnbaar getemd aan de ketting
een film waarvan het beeld bevroren
en toch beweegt het hier onzichtbaar, knarst het in stilte, schuurt het langs wanden verpulvert rotsen vermaalt achteloos bergen
hondstrouw komen wij hier jaar na jaar
als in een laatste ritueel zwijgend staan kijken en wat wij zien is telkens dezelfde
koppige en roerloze rivier van gestolde tijd die ons onbewogen aankijkt en
in een oogwenk ziet hoe wij krimpen, verschrompelen, verdwijnen

Marc Tritsmans (1959)
uit: Het zingen van de wereld (2017)

Boek bij de bakker

Boek bij de bakker

Nu de mediastorm is gaan liggen, blikken wij een beetje beduusd terug op die hectische weken rond de lancering (zie pers) ‘En nu – wat gaan we nu doen?’, vragen we onszelf steeds af, nog steeds vol in de actiestand.

Een ware bestseller ontstaat door mond-op-mond-reclame, weet onze uitgever Bram Bakker. Dat betekent voor ons dat we nu niet veel meer kunnen doen dan afwachten. Hopen dat het verhaal zichzelf verkoopt, dat mensen elkaar aanraden Oogwenk te lezen.

Het voelt een beetje unheimisch; niks doen voelt alsof er niks gebeurt. Des te gaver is het, als we dan van vriend Edo horen dat hij in Utrecht in de boekhandel is gaan pleiten voor een betere plek voor Oogwenk op de tafels – ergens tussen de bestsellers vond hij gepaster. Ha!

En mijn zus besloot een stapeltje bij de bakker op de markt neer te leggen – ze werden nog verkocht ook. Het is zo tof om al die support en fijne reacties van lezers te ontvangen via mail, app of Facebook. Zo fijn dat ze meeleven met Paul en Arianne en hun respect uiten voor de manier waarop hun verhaal verteld wordt.

Het enige dat wij daarop zeggen, is ‘Zegt het voort!’